Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2004

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 30 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR3721.

11. De rechtspraak kent andere gevallen dan diefstal waarin de wederrechtelijk verkrijger in het voordeel van het verkregene wordt teleurgesteld. Heeft de veroordeelde het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel geïnvesteerd in drugs en worden deze vervolgens verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer, dan leidt de realisering van het risico van deze investering niet tot vermindering van het door hem verkregen voordeel (HR 8 juli 1998, NJ 1998, 841, rov. 4.5). Verliezen, geleden ten gevolge van afpersing van de veroordeelde door een afnemer van de door de veroordeelde voor het verworven voordeel aangeschafte verdovende middelen, vormen geen kosten die op het voordeel in mindering mogen worden gebracht (HR 8 juli 1998, NJ 1998, 841, rov. 4.4). Zelfs onbaatzuchtigheid vrijwaart een verkrijger niet van ontneming van het zo genereus geschonken wederrechtelijk verkregen voordeel, ook niet wanneer de ontvanger ter zake van hetzelfde voordeel ook een ontnemingsvordering ten deel valt (HR 26 augustus 2003, NJ 2003, 696).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1dea59c8521668ea78f68e4d35b78bd7babc1ec56dd559bc637b17c563264458. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1dea59c8521668ea78f68e4d35b78bd7babc1ec56dd559bc637b17c563264458, en de alinea staat in dat document op bytes 11241 tot 12292.