Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2004

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 30 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR3721.

12. Tegen de achtergrond van deze rechtspraak zie ik geen reden om het voordeel op nihil te stellen wanneer de verkrijger het voordeel na de verkrijging weer heeft verloren, door verlies van het gestolene, door diefstal of anderszins. Het voordeel is immers verkregen. Bij de waardering van het voordeel wordt wel in aanmerking genomen welke waarde het verkregene in concreto voor de verkrijger vertegenwoordigt. Dus voor zover het gaat om voorwerpen, gestolen met het oog op de opbrengst bij vervreemding en mits de veroordeelde voor afzet is aangewezen op het illegale circuit, de tegenwaarde van het verkregene in dat circuit en niet die in het legale verkeer (aldus HR 1 juli 1997, NJ 1998, 242). Of de verkrijger de tegenwaarde echter uiteindelijk werkelijk realiseert is niet van belang. Ieder kent tegenslag bij het realiseren van opbrengst van vermogen(5), de wederrechtelijk verkrijger ook. Dat is het maatschappelijk risico van bezit en doet aan de waarde van het verkregen vermogen niet af, ook al blijkt dat vermogen vluchtiger te zijn dan verwacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1dea59c8521668ea78f68e4d35b78bd7babc1ec56dd559bc637b17c563264458. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1dea59c8521668ea78f68e4d35b78bd7babc1ec56dd559bc637b17c563264458, en de alinea staat in dat document op bytes 12312 tot 13386.