Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2004
Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 30 november 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR3721.
17. Art. 511f Sv schrijft voor dat de rechter de schatting van het op geld waardeerbare voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht slechts kan ontlenen aan de inhoud van wettige bewijsmiddelen. In het onderhavige geval blijkt uit de wettige bewijsmiddelen wat wederrechtelijk is verkregen en wat daarvan de waarde is in het legale economische verkeer. In zoverre is de schatting ontleend aan de inhoud van wettige bewijsmiddelen. Wil ook aan bewijsmiddelen kunnen worden ontleend welke waarde het gestolene vertegenwoordigt in het helingscircuit, dan zal er zich ter zake van de handel van gestolen kobalt een zekere markt moeten hebben ontwikkeld, waarvan ten processe al dan niet schriftelijk verslag kan worden gedaan, of reeds een afnemer moeten zijn gevonden met wie een bepaalde prijs was overeengekomen.(7) In het onderhavige geval is kennelijk noch van het een noch van het ander sprake. Dan zit er niets anders op dan dat de rechter, zoals het Hof in het onderhavige geval heeft gedaan, een voorzichtige schatting maakt van de werkelijke waarde die het gestolene voor de veroordeelde vertegenwoordigt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1dea59c8521668ea78f68e4d35b78bd7babc1ec56dd559bc637b17c563264458. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1dea59c8521668ea78f68e4d35b78bd7babc1ec56dd559bc637b17c563264458, en de alinea staat in dat document op bytes 15311 tot 16459.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1dea59c8521668ea78f68e4d35b78bd7babc1ec56dd559bc637b17c563264458 | shasum -a 256