Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2004

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR4151.

1.9 De rechtbank Breda heeft de vordering bij vonnis van 7 december 1999 afgewezen. Voorzover van belang oordeelde de rechtbank de eventuele toepassing van artikel 12 lid 5 van de aandelenovereenkomst in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar wordt geoordeeld. Volgens de rechtbank had [verweerder] onvoldoende - gemotiveerd - weersproken dat de gewraakte aandelentransactie met [betrokkene 3] plaatsvond omdat de ernstige financiële problemen van PFI en PFB daartoe noopten, meer in het bijzonder na opzegging van het bankkrediet aan PFI en PFB en ter voorkoming van een dreigend faillissement van die vennootschappen. [Verweerder] weerspreekt met name niet - aldus nog steeds de rechtbank - dat de aandelentransactie deel uitmaakte van een door de bank als voorwaarde voor verdere financiering geëist groter pakket maatregelen, waar ook deel van uitmaakte de directe participatie in de betrokken vennootschappen door [betrokkene 3] en aan hem verbonden vennootschappen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/375d796c0b16fbdaee246c71565e9d25dcb6fd0c603e0fa2c4e90b910f8309af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 375d796c0b16fbdaee246c71565e9d25dcb6fd0c603e0fa2c4e90b910f8309af, en de alinea staat in dat document op bytes 10682 tot 11718.