Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2004

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR4151.

1.11 Ten aanzien van de aanbiedingsplicht in het contract van 30 september 1991 heeft [verweerder] gesteld dat de aanbiedingsplicht geen anti-speculatiebeding is, maar specifiek is opgenomen om te voorkomen dat de onderneming in handen van [betrokkene 3] zou komen, die eerder binnen de onderneming werkzaam was geweest en nu concurrent was. Voorts heeft [verweerder] aangevoerd dat de rechter heeft miskend dat zij bij toetsing aan de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid terughoudend moet zijn. Verder heeft [verweerder] betwist dat de ondernemingen slechts gered konden worden wanneer de aandelen aan [betrokkene 3] verkocht werden; dat blijkt niet uit de door Ampatil overgelegde brief van ING Bank. Ten slotte heeft [verweerder] aangegeven dat Jowo een aanbod van de aandelen aan zou hebben kunnen aanvaarden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/375d796c0b16fbdaee246c71565e9d25dcb6fd0c603e0fa2c4e90b910f8309af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 375d796c0b16fbdaee246c71565e9d25dcb6fd0c603e0fa2c4e90b910f8309af, en de alinea staat in dat document op bytes 11951 tot 12795.