Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2004

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR4151.

2.2 Onderdeel 1 richt een motiveringsklacht tegen rechtsoverweging 4.8. Het stelt voorop dat [betrokkene 1] heeft aangevoerd dat art. 12 lid 3 alleen ziet op de verkoop van (de aandelen in) de werkmaatschappijen, althans van de in die werkmaatschappijen ingebrachte ondernemingen PFI en PFB. In het licht van deze essentiële stelling is het onbegrijpelijk dat het hof zonder meer heeft aangenomen dat het debat van partijen zich heeft toegespitst op - en daarmee ter beoordeling voorlag of - lid 3 van art. 12 al dan niet als anti-speculatiebeding was bedoeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/375d796c0b16fbdaee246c71565e9d25dcb6fd0c603e0fa2c4e90b910f8309af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 375d796c0b16fbdaee246c71565e9d25dcb6fd0c603e0fa2c4e90b910f8309af, en de alinea staat in dat document op bytes 18483 tot 19057.