Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2004

Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR4151.

2.11 Subonderdeel 3.2 komt op tegen rechtsoverweging 7.1.5 van het eindarrest, waarin het hof oordeelt dat Ampatil niet is geslaagd in het opgedragen bewijs. Het subonderdeel betoogt dat het hof daarmee (kennelijk) heeft geoordeeld dat nu de beperkte strekking van het beding als door Ampatil betoogd niet is komen vast te staan - Ampatil is immers niet geslaagd in het bewijs dat het beding geen verdergaande strekking had -, dit beding daarmee de verdergaande strekking heeft als door [verweerder] betoogd. Het hof heeft dan echter verzuimd vast te stellen of [betrokkene 1] (namens (thans) Ampatil) deze verdergaande zin in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs aan deze bepaling diende toe te kennen en deze strekking van de bepaling ook mocht verwachten. Het hof heeft derhalve - aldus nog steeds het subonderdeel - niet zonder meer kunnen aannemen dat het beding de verdergaande strekking had als door [verweerder] betoogd en het had [verweerder] (alsnog) dienen op te dragen te bewijzen dat het beding de door hem bedoelde strekking had.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/375d796c0b16fbdaee246c71565e9d25dcb6fd0c603e0fa2c4e90b910f8309af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 375d796c0b16fbdaee246c71565e9d25dcb6fd0c603e0fa2c4e90b910f8309af, en de alinea staat in dat document op bytes 27604 tot 28664.