Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2004
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR4151.
2.12 De klacht faalt naar mijn mening op de grond dat het hof niet heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Het hof heeft art. 12 lid 3 uitgelegd aan de hand van de Haviltex-regel. Deze uitleg bracht mee dat de lezing van [verweerder] volgens het hof de juiste leek; helemaal zeker was het hof derhalve niet en daarom heeft zij deze uitleg als voorshands bewijsoordeel gegeven.(11) Dit betekent dat het bewijs geacht moet worden geleverd te zijn, wanneer Ampatil in het tegenbewijs niet slaagt.(12) Het hof heeft geoordeeld dat het gevraagde tegenbewijs niet was geleverd, zodat de uitleg die aanvankelijk op voorhand aannemelijk was, nu bewezen is. Daarmee heeft het hof kennelijk geoordeeld dat het door Ampatil geleverde bewijs zelfs niet genoeg was om twijfel omtrent de juistheid van het voorshandse oordeel te zaaien.(13) Dit oordeel is feitelijk en niet onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/375d796c0b16fbdaee246c71565e9d25dcb6fd0c603e0fa2c4e90b910f8309af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 375d796c0b16fbdaee246c71565e9d25dcb6fd0c603e0fa2c4e90b910f8309af, en de alinea staat in dat document op bytes 28684 tot 29586.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/375d796c0b16fbdaee246c71565e9d25dcb6fd0c603e0fa2c4e90b910f8309af | shasum -a 256