Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2004

Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR4151.

2.24 De beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid kan meebrengen dat een recht niet of op een andere wijze mag of moet worden uitgeoefend dan bij de overeenkomst was bepaald.(17) Toepassing van art. 6:248 lid 2 beperkt de toepasselijkheid van een tussen partijen geldende regel, voorzover toepassing van de regel naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. De beperking kan zover gaan dat van een overeenkomst voor een deel of in het geheel geen nakoming meer kan worden gevorderd.(18) De stelplicht en bewijslast van voor de beoordeling daarvan relevante omstandigheden rust in beginsel op de partij die betoogt dat een op grond van de overeenkomst geldende regel niet van toepassing is (art. 150 Rv.). De feitenrechter dient een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid steeds te behandelen.(19) De motiveringsplicht van de rechter is afhankelijk van het partijdebat en de rechter is in beginsel vrij in de waardering van aangevoerde omstandigheden. In ieder geval geld het grondbeginsel van een behoorlijke rechtspleging dat elke rechterlijke beslissing tenminste zodanig moet zijn gemotiveerd dat zij voldoende inzicht geeft in de aan haar ten grondslag liggende gedachtegang om de beslissing zowel voor partijen als voor derden controleerbaar en aanvaardbaar te maken.(20)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/375d796c0b16fbdaee246c71565e9d25dcb6fd0c603e0fa2c4e90b910f8309af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 375d796c0b16fbdaee246c71565e9d25dcb6fd0c603e0fa2c4e90b910f8309af, en de alinea staat in dat document op bytes 38471 tot 39828.