Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 december 2004

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 24 december 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR4471.

Ik lees het bestreden arrest anders. Het hof heeft in rov. 4.11, kennelijk op grond van tekst en inhoud van de leveringsakte, geoordeeld dat het in die akte vervatte bouwverbod niet in de vorm van een beding maar in de vorm van een constatering was gegoten. Naar ik meen heeft het hof daarmee bedoeld dat aan de rechtsvoorgangers van [eiser] is voorgehouden dat het, naar de reeds gegeven rechtstoestand (en niet als gevolg van enige contractuele afspraak tussen de gemeente en de rechtsvoorgangers van [eiser]), onmogelijk was op het perceel te bouwen. Op die bedoeling van het hof wijst ook hoe het hof aan het slot van rov. 4.11 heeft gerespondeerd op de tegenwerping van [eiser] dat hij niet aan de overeenkomst en de leveringsakte tussen zijn rechtsvoorgangers en de gemeente was gebonden. Volgens het hof ging [eiser] met deze tegenwerping "langs het belang van het verbod heen. Dat belang is dat hij door die constatering van dat verbod met dat verbod bekend was". Het gaat er, met andere woorden, niet om of [eiser] aan de arrangementen tussen de (toenmalige) gemeente (Rosmalen) en zijn rechtsvoorgangers is gebonden; volgens het hof is slechts van belang dat de leveringsakte [eiser] op het spoor had moeten zetten van een overigens geheel los van die arrangementen geldend "bouwverbod".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f9d022cae3009104cc372de55970ba7afcbbf6536ba4ee8af5fd301230ba9938. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f9d022cae3009104cc372de55970ba7afcbbf6536ba4ee8af5fd301230ba9938, en de alinea staat in dat document op bytes 23160 tot 24470.