Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 december 2004

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 24 december 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR4471.

Ik deel niet het uitgangspunt van het onderdeel, dat de vraag of op een bepaald perceel een bestemmingsplan of voorbereidingsbesluit van kracht is, uiteindelijk alleen met zekerheid door de gemeente zelf kan worden beantwoord. Een bestemmingsplan en een voorbereidingsbesluit roepen zowel voor de gemeentelijke overheid als voor de burger rechtsgevolgen in het leven. Juist met het oog op hun bindende gevolgen voor de burger geldt (als voor alle andere besluiten) dat zij, alvorens in werking te treden, naar behoren moeten worden gepubliceerd(8). Voor de vraag of een bestemmingsplan of voorbereidingsbesluit van kracht is (en, zo ja, wat daaruit voor een bepaald perceel voortvloeit), is vervolgens de perceptie van de gemeente niet beslissend. Niets belet de belanghebbende burger zich aan de hand van de wettelijk voorgeschreven publicaties zelf een oordeel over een en ander te vormen en daarover in voorkomend geval met de betrokken gemeente van mening te verschillen. In zodanig geval zal niet de gemeente, maar uiteindelijk de bevoegde (bestuurs)rechter bindend over de gelding en strekking van het betrokken bestemmingsplan of voorbereidingsbesluit moeten beslissen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f9d022cae3009104cc372de55970ba7afcbbf6536ba4ee8af5fd301230ba9938. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f9d022cae3009104cc372de55970ba7afcbbf6536ba4ee8af5fd301230ba9938, en de alinea staat in dat document op bytes 25956 tot 27145.