Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 december 2004

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 24 december 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR4471.

2.11Onder f klaagt het onderdeel dat het hof niet of onvoldoende gemotiveerd heeft vastgesteld dat [eiser] dezelfde investeringsbeslissingen zou hebben genomen als de gemeente hem de juiste informatie had verschaft, terwijl [eiser] uitdrukkelijk het tegendeel heeft betoogd. Ook deze klacht mist feitelijke grondslag. In het bestreden arrest lees ik niet dat het hof van oordeel zou zijn geweest dat [eiser], in het geval dat [betrokkene 3] hem juiste informatie zou hebben verstrekt, geen andere investeringsbeslissingen zou hebben genomen. Dat, zoals het hof in rov. 4.12 heeft overwogen, de onjuiste mededeling van [betrokkene 3] de door [eiser] gestelde schade niet heeft veroorzaakt, impliceert een dergelijk oordeel niet. Rov. 4.12 betreft immers de juridische causaliteit, die zeer wel kan ontbreken, óók als een condicio sine qua non-verband (waarop het onderdeel kennelijk doelt) is gegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f9d022cae3009104cc372de55970ba7afcbbf6536ba4ee8af5fd301230ba9938. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f9d022cae3009104cc372de55970ba7afcbbf6536ba4ee8af5fd301230ba9938, en de alinea staat in dat document op bytes 30051 tot 30966.