Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 december 2004

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 24 december 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR4471.

2.13 Onder h onderscheidt het onderdeel een viertal vragen die het hof, toepassing gevend aan de art. 6:98 en 6:101 BW, achtereenvolgens had moeten beslissen. Kort samengevat betreffen die vragen (1) de toerekenbaarheid van de door [eiser] gestelde schade aan de gemeente, (2) de vraag of die schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan [eiser] kan worden toegerekend, (3) de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen en (4) een mogelijke, door de billijkheid geëiste, andere verdeling van de schade over de benadeelde en de vergoedingsplichtige. Volgens het onderdeel is het hof, na in rov. 4.6 een antwoord op de vragen (1) en (2) in het vooruitzicht te hebben gesteld, in de rov. 4.7-4.12 niet tot een antwoord op deze vragen gekomen en heeft het (blijkens rov. 4.12) een onjuist criterium (te weten dat van blote veroorzaking) gehanteerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f9d022cae3009104cc372de55970ba7afcbbf6536ba4ee8af5fd301230ba9938. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f9d022cae3009104cc372de55970ba7afcbbf6536ba4ee8af5fd301230ba9938, en de alinea staat in dat document op bytes 31867 tot 32781.