Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 december 2004

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 24 december 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR4471.

De klacht dat het hof de beide, in rov. 4.6 bedoelde vragen ten onrechte niet heeft beantwoord, acht ik evenmin gegrond. Naar terecht in de schriftelijke toelichting van mr. Gelpke (onder 30) wordt betoogd, heeft het hof niet geoordeeld dat er weliswaar causaal verband is tussen de schade en de fout van de gemeente, maar [eiser] eigen schuld heeft en dat de schade op grond van de billijkheidscorrectie geheel voor rekening van [eiser] wordt gelaten. Naar mijn mening impliceert het bestreden oordeel van het hof dat onder de omstandigheden van het geval (juridisch) causaal verband tussen de fout van [betrokkene 3] en de door [eiser] gestelde schade ontbreekt (vraag (1)) en dat daarom medeschuld van [eiser] in de zin van art. 6:101 BW (vraag (2)), een verdeling van de schade in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen (vraag (3)) en een eventuele correctie naar billijkheid (vraag (4)) niet meer aan de orde behoefden te komen(10).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f9d022cae3009104cc372de55970ba7afcbbf6536ba4ee8af5fd301230ba9938. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f9d022cae3009104cc372de55970ba7afcbbf6536ba4ee8af5fd301230ba9938, en de alinea staat in dat document op bytes 33877 tot 34898.