Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 december 2004

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 24 december 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR4484.

14) Ik kom tot die uitkomst, omdat ik denk dat de andere de praktijk confronteert met een door al te grote verfijning en subtiliteit onwerkbare (motiverings)norm(12). Ik wil niet verhelen dat ik daarbij een zekere weerstand moet overwinnen. De uitkomst waartoe de beslissing van het hof in deze zaak lijkt te (kunnen) leiden, wekt op het eerste gezicht de indruk dat die beslissing niet kan gelden als een toonbeeld van evenwichtige en billijke rechtspraak. Voor een beslissing waarbij, bijvoorbeeld, de alimentatie "voor het verleden" was vastgesteld naar rato van wat in feite betaald of verhaald was, zou men, bij diezelfde eerste indruk, gemakkelijker begrip opbrengen. Maar, als gezegd, de behoefte aan een niet al te "ongrijpbare" motiveringsnorm op een punt dat zich in de feitelijke instanties - met name in appel - zeer veelvuldig voordoet, legt veel gewicht in de schaal. Dat geeft dan voor mij de doorslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/edeb50d10a98953949f545b98c308e589ab6f2f26acfe1bcb1abd5862503c5d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt edeb50d10a98953949f545b98c308e589ab6f2f26acfe1bcb1abd5862503c5d6, en de alinea staat in dat document op bytes 17230 tot 18160.