Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2004

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR5100.

Wij, verbalisanten, zagen dat er een viertal personen uit de groep die op de doorgaande weg stonden, om mij, eerste verbalisant, heen kwamen staan. Ik, eerste verbalisant zei vervolgens tegen de manspersoon, alwaar ik mee in gesprek was, dat hij niet zo vervelend moest doen en dat hij gewoon weg moest gaan. Wij, verbalisanten, zagen dat deze manspersoon bloeddoorlopen ogen had en onvast ter been was. Wij, verbalisanten, zagen dat deze persoon niet voldeed aan het verzoek dat ik, eerste verbalisant, aan hem had gedaan. Ik, eerste verbalisant, zag dat deze persoon zich provocerend ging gedragen en met zijn wijsvinger mij, eerste verbalisant, begon aan te raken. Ik, eerste verbalisant, zag en voelde dat deze persoon twee maal met zijn rechterwijsvinger in mijn linkerbovenarm prikte. Ik, eerste verbalisant, heb hierop de manspersoon aangegeven dat ik er niet van gediend was dat hij ongevraagd aan mij zat. Vervolgens zag ik dat drie andere manspersonen de bovengenoemde manspersoon tegenhielden. Ik, eerste verbalisant, hoorde vervolgens dat een van de manspersonen tegen de bovengenoemde manspersoon zeggen dat hij zich rustig moest houden en gewoon mee moest gaan, of woorden van gelijke strekking. Hierop heb ik, eerste verbalisant, bovengenoemde manspersoon naar zijn personalia gevraagd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40dcafbff3d73f0e7d0160110f8ed70ee2f2d3bb0f8f5362a8569dc3fb4d58a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40dcafbff3d73f0e7d0160110f8ed70ee2f2d3bb0f8f5362a8569dc3fb4d58a0, en de alinea staat in dat document op bytes 19025 tot 20339.