Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 december 2004
Onder 2.61. Parket bij de Hoge Raad 22 december 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AV2703.
Deze jurisprudentie van de Tariefcommissie brengt mij wel op een ander punt dat in de onderhavige zaak nog van belang is. Uit de hiervoor al gememoreerde feiten blijkt namelijk dat de Nederlandse douane pas vlak voor het verlopen van de navorderingstermijn van drie jaar definitief kon vaststellen dat er sprake was van valse stempels.(52) Zou de Nederlandse douane moeten wachten met het uitreiken van de UTB totdat de bewijstermijn was verlopen, dan zou zij daar niet meer rechtsgeldig toe kunnen overgaan. Vindt de vaststelling van de onregelmatigheid of overtreding dus plaats vlak voor het verstrijken van de navorderingstermijn, dan leidt de verplichting tot het geven van de bewijstermijn tot een verkorting van de drie jaar bedragende navorderingstermijn, met de te geven bewijstermijn. In het onderhavige geval klemt dit te meer, nu bij TIR vervoer deze termijn in elk geval gesteld moet worden op één jaar en wellicht zelfs op twee jaar (indien hier de 'oude' regelgeving moet worden toegepast, zie onderdeel 2.23.).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/891a3da07b78f99f05372cc2225cd81eafb00dfc5a4f8a15954188c22660a8a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 891a3da07b78f99f05372cc2225cd81eafb00dfc5a4f8a15954188c22660a8a3, en de alinea staat in dat document op bytes 82116 tot 83157.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/891a3da07b78f99f05372cc2225cd81eafb00dfc5a4f8a15954188c22660a8a3 | shasum -a 256