Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005

Alinea 170 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AP4584.

56. Het oordeel van het hof dat de persconferentie geen deel uitmaakt van het voorbereidend onderzoek als bedoeld in art. 359a Sv geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Art. 359a Sv ziet, zoals volgt uit vorengeciteerde overwegingen van de Hoge Raad met name op vormverzuimen in het opsporingsonderzoek naar het tenlastegelegde strafbare feit. Van het opsporingsonderzoek noch het voorbereidend onderzoek kan de persconferentie geacht worden deel uit te maken. Dit neemt niet weg dat de rechter aan een schending van de onschuldpresumptie strafprocessuele consequenties kan en soms moet verbinden. Die consequenties zijn geen andere dan de in art. 359a Sv genoemde. Hij geeft in zo'n geval echter geen toepassing aan art. 359a Sv, waarop de raadsman zijn verzoek heeft toegespitst. Dat het hof het verzoek niet ruimhartiger heeft willen lezen acht ik niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen mijn hierboven weergegeven waardering van de mededeling van de hoofdofficier.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423, en de alinea staat in dat document op bytes 60051 tot 61048.