Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005
Alinea 174 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AP4584.
60. Hoewel in de jurisprudentie van de Hoge Raad al langer een lijn valt te ontwaren waarin voor niet-ontvankelijkheid als sanctie op procedurele onregelmatigheden een zeer beperkte plaats is ingeruimd, kan ik bij mijn volgende overwegingen, anders dan de raadsman in feitelijke aanleg en ten tijde van het opstellen van zijn schriftuur, putten uit het recente ook hiervoor al vermelde arrest van de Hoge Raad van 30 maart 2004 (LJN: AM2533) waarin hij nog eens heeft benadrukt dat niet-ontvankelijkheid als sanctie slechts in uitzonderlijke gevallen gerechtvaardigd kan zijn. In het arrest, dat betrekking heeft op de toepassing van art. 359a Sv, welke bepaling een kader schept voor de beoordeling van vormverzuimen, geeft de Hoge Raad eerst een aantal voorwaarden voor de toepassing van art. 359a Sv weer. Vervolgens stelt de Hoge Raad voorop dat een geconstateerd vormverzuim niet steeds behoeft te leiden tot een van de in art. 359a Sv omschreven rechtsgevolgen, te weten strafvermindering, bewijsuitsluiting of niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie. Slechts wanneer de feitenrechter tot het oordeel komt dat een onherstelbaar vormverzuim is begaan dat niet zonder consequentie kan blijven, zal hij daaraan een van de voormelde rechtsgevolgen kunnen verbinden. Niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging - zo citeer ik rechtsoverweging 3.6.5 - komt als in art. 359a Sv voorzien rechtsgevolg slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking. Daarvoor is alleen plaats ingeval het vormverzuim daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423, en de alinea staat in dat document op bytes 62106 tot 63964.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423 | shasum -a 256