Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005

Alinea 175 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AP4584.

61. De rechtvaardigheid van het reserveren van de sanctie van niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie voor gevallen van, anders gezegd, de enormiteit van de inbreuk op verdachtes recht op een eerlijk proces doet zich in een zaak als de onderhavige sterk gevoelen. Niet-ontvankelijkverklaring zou immers meebrengen dat het strafproces eindigt zonder dat de daderschapsvraag en de verwijtbaarheidsvraag met een rechterlijk oordeel worden beantwoord. Dit is ook het nadeel van de door Schalken en Rozemond bepleite verschuiving van de onrechtmatig verkregen bewijsvraag naar de ontvankelijkheidsvraag (NJB 1997, p. 1365).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423, en de alinea staat in dat document op bytes 63984 tot 64631.