Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005

Alinea 186 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AP4584.

Naar aanleiding van het verweer van de Franse Staat dat het ging om mededelingen met betrekking tot een lopend strafrechtelijk onderzoek die als zodanig geen inbreuk konden maken op de onschuldpresumptie omdat ze niet bindend waren voor de gerechten en onjuist konden blijken bij het daaropvolgende onderzoek overwoog het hof dat één van de hoogste Franse politiefunctionarissen zonder enige reserve of kanttekening sprak over een verdachte als één van de betrokkenen bij hetgeen aan die verdachte werd verweten. Dit was - naar het Hof overwoog - duidelijk een mededeling met betrekking tot de schuld van klager die er, allereerst, toe zou leiden dat het publiek hem schuldig zou achten en, ten tweede, vooruit liep op de vaststelling van de feiten door de bevoegde gerechtelijke autoriteit. Het Hof concludeerde dat art. 6 lid 2 EVRM was geschonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423, en de alinea staat in dat document op bytes 66795 tot 67662.