Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005

Alinea 192 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AP4584.

Dat begon al bij de voorgeleiding, toen de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte] zonder beschikking ex art. 30 Sv werden onthouden. Hetzelfde geldt voor zeer elementaire gegevens, zoals bijvoorbeeld de onderzoeksopdracht aan het NFI. Dit leidde er onder meer toe dat de officier van justitie aan de verdediging mededeelde dat het technisch onderzoek op het bedrijfsterrein vrijwel was afgerond en de verdediging de mogelijkheid kreeg om contra-expertise te vragen op een moment dat aan de verdediging zelfs de onderzoeksvragen voor de deskundigen à charge werden onthouden (zie in dit verband de brieven van 30 en 31 mei 2000, gehecht als bijlage 1 aan de pleitnotities in eerste aanleg). Ik herhaal nog eens mijn verzuchting in de raadkamer van 31 mei 2000:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423, en de alinea staat in dat document op bytes 69123 tot 69904.