Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005

Alinea 198 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AP4584.

Wederom werd ten behoeve van de raadkamer een onaanvaardbare selectie gemaakt uit de onderzoeksresultaten, waardoor ten onrechte de indruk kon ontstaan dat [verdachte] op 13 mei 2000 willens en wetens in strijd met de vergunning vuurwerk van de categorie 1.1G en 1.2G in opslag had. De bij de officier van justitie bekende informatie dat het ging om een toekomstige bezigingsvergunning, informatie die - in de bewoordingen van het EHRM in de zaak Lietzow (volgt noot EHRM 13 februari 2001 (appl. no. 24479/94), NJCM-Bulletin 2001, nr. 5, pp. 668-675) 'is essential for the assessment of the lawfulness of a person's detention' - werd niet tijdig ter kennis van de verdediging of de raadkamer gebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423, en de alinea staat in dat document op bytes 73696 tot 74410.