Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005
Alinea 203 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AP4584.
De slotsom van het hierboven aangehaalde, bezien in onderlinge samenhang, dient te luiden dat door of onder verantwoordelijkheid van de officier van justitie en de rechter-commissaris met grove veronachtzaming van de belangen van [verdachte] inbreuk gemaakt is op diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak. Met nadruk wijs ik er op dat in hoger beroep het verweer, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie in zijn vervolging beperkt wordt tot feit 4 en dan uitsluitend voor het geval er geen vrijspraak voor dit feit zou volgen. Anders dan de rechtbank blijf ik van mening dat de feitenrechter om proceseconomische redenen af mag wijken van de volgorde van de vragen als bedoeld in de artt. 348-350 Sv. Zie in dit verband de reeds overgelegde uitspraak van het Hof Arnhem in zaak [...] en de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam in de zaak [...].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423, en de alinea staat in dat document op bytes 75590 tot 76498.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423 | shasum -a 256