Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005
Alinea 222 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AP4584.
69. Ook de klacht onder c faalt. Voorzover aan die klacht ten grondslag ligt dat het hof zou hebben geoordeeld dat door de uitlating van de hoofdofficier (inderdaad) sprake is van schending van art. 6, tweede lid, EVRM, mist de klacht feitelijke grondslag. Het hof heeft zonder blijk te geven van een onjuiste rechtsopvatting en niet onbegrijpelijk, aansluitend op het verweer geoordeeld, dat een uitlating door de hoofdofficier als door de verdediging gesteld wellicht als civielrechtelijk onrechtmatig kan worden aangemerkt, maar dat een dergelijke mededeling niet tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging van verzoeker leidt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423, en de alinea staat in dat document op bytes 83796 tot 84469.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423 | shasum -a 256