Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005

Alinea 223 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AP4584.

70. De klacht onder d deelt in het lot van de andere klachten van dit middel. De grond voor niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging waarop de raadsman hier doelt is hier niet aan de orde. In de zaak waaraan de raadsman refereert, te weten HR 1 juni 1999, NJ 1999, 567 werd het wettelijk systeem in de kern geraakt doordat de officier van justitie aan de verdachte had toegezegd een eventuele door de rechter op te leggen straf niet (geheel) ten uitvoer te zullen leggen. Aan de orde was toen derhalve het fundamentele belang dat de gemeenschap heeft bij inachtneming van de bevoegdheidsverdeling tussen het openbaar ministerie en de onafhankelijke rechter, zoals die in het wettelijk systeem ten aanzien van vervolging, berechting en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen is vervat. In de onderhavige zaak is geen sprake van een op een persconferentie uitgesproken schuldigverklaring van verzoeker door de hoofdofficier van justitie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423, en de alinea staat in dat document op bytes 84489 tot 85479.