Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005
Alinea 237 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AP4584.
73. Uit de aan de Hoge Raad toegezonden stukken blijkt dat namens verzoeker op 30 mei 2000 en op 27 juni 2000 bezwaarschriften tegen de onthouding van processtukken ex art. 32 Sv zijn ingediend, welke bezwaarschriften door de rechtbank telkens naar aanleiding van een in raadkamer gehouden onderzoek ongegrond zijn verklaard. Nu tegen voormelde beschikkingen van de rechtbank op de voet van art. 32 Sv geen rechtsmiddel open staat, is het onverenigbaar met het gesloten stelsel van rechtsmiddelen om deze beslissingen alsnog ter terechtzitting aan de orde te stellen. Daarvoor is alleen ruimte indien sprake is van doorwerking van die beslissingen op de bewijs- of strafbaarheidsvraag (of de strafmaat indien het voorarrest door de beperkingen onnodig bezwarend is geweest). Dit laatste is niet gesteld. Enige geheimhouding wordt door het EHRM toegestaan (Rowe & Davis v. V.K., EHRC 2003, 67), hetgeen a fortiori geldt indien deze geheimhouding slechts tijdelijk is, in het belang van de opsporing.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423, en de alinea staat in dat document op bytes 89403 tot 90419.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423 | shasum -a 256