Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005

Alinea 258 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AP4584.

Het betreft een schending die niet met het achteraf afplakken van de uitgewerkte gesprekken of het niet gebruiken van de gesprekken voor het bewijs te herstellen is. Daarnaast werden zowel de rechtbank als Uw hof onjuist en onvolledig geïnformeerd. Een officier van justitie wordt in de regel niet als getuige gehoord omdat het uitgangspunt is dat hij de rechter en de verdediging juist informeert. Wanneer daarop niet meer volledig en zonder reserve vertrouwd kan worden valt de bodem onder het Nederlandse strafproces weg. Van de vertegenwoordigers van het OM ter zitting mag verwacht worden dat zij zich terdege op de hoogte stellen alvorens de rechter te informeren. Wanneer dit wordt nagelaten handelen zij in strijd met hun zorgplicht en nemen zij het risico op de koop toe dat, zoals in casu herhaaldelijk is gebeurd, de rechter onjuist wordt geïnformeerd. De rechtbank overwoog met betrekking tot de fouten die het Openbaar Ministerie bij de taps had gemaakt en de onjuiste inlichtingen die terzake aan de rechtbank werden verstrekt dat dit niet had mogen gebeuren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423, en de alinea staat in dat document op bytes 98474 tot 99562.