Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005

Alinea 296 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AP4584.

In twee gevallen, beide op 25 augustus 2000, is echter ten onrechte een gesprek tussen verdachte [medeverdachte] en zijn raadsman mr. Plasman wél uitgewerkt. Dit betrof korte gesprekken die plaatsvonden nadat in eerste instantie de echtgenote van verdachte [medeverdachte] een kort gesprek had met de inbellende mr. Plasman. Na ontdekking van deze uitwerkingen zijn ze uit het tapdossier verwijderd en vernietigd. De inhoud van deze gesprekken heeft overigens op geen enkele wijze een rol gespeeld in het strafrechtelijk onderzoek. Ik maak daarbij de opmerking dat op de zitting van 6 december 2001 mr. Plasman het OM heeft verweten dat de uitwerking van een aantal gesprekken tussen zijn cliënt en hemzelf ter inzage zou zijn gegeven aan derden. Ter zitting is door het OM toen gezegd dat nader onderzoek door het TOL-team dit niet bevestigd had, maar tevens is gezegd dat we er nog een keer met de stofkam doorheen zouden gaan. Die stofkam heeft dus de twee gesprekken opgeleverd waarvan ik zojuist melding maakte. Dit alles is reeds per brief aan mr. Plasman en aan de rechtbank kenbaar gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423, en de alinea staat in dat document op bytes 108366 tot 109479.