Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005

Alinea 317 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AP4584.

Voor wat betreft de beantwoording van de eerste vraag is de rechtbank van oordeel dat er inderdaad sprake is geweest van onrechtmatig handelen, nu uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat door de officier van justitie met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden, genoemd in de titels IVa tot en met Va van het Wetboek van Strafvordering, is gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 4 van het Besluit bewaren en vernietigen niet gevoegde stukken, immers is door de officier van justitie niet tijdig vastgesteld of in casu sprake was van mededelingen gedaan door of aan een geheimhouder als bedoeld in artikel 218 Wetboek van Strafvordering, zodat hij niet, zoals in het tweede lid van het artikel is voorgeschreven terstond de vernietiging heeft bevolen van de processen-verbaal en andere voorwerpen voorzover zij die mededelingen behelzen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423, en de alinea staat in dat document op bytes 117039 tot 117920.