Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005

Alinea 324 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AP4584.

85. Die klacht acht ik niet terecht. De beknopte bespreking van het uitvoerige verweer is vooral het resultaat van het door de raadsman bepleite rechtsgevolg, te weten niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie. In aanmerking genomen dat daarvoor alleen plaats is, zoals voorafgaand aan de bespreking van het zevende middel uiteen is gezet, indien moedwillig of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak tekort is gedaan, kon het hof volstaan met de vaststelling dat dáárvan geen sprake was door het afluisteren en uitluisteren van een aantal telefoongesprekken met geheimhouders en het uitwerken en aan het dossier toevoegen van enkele van die gesprekken in plaats van de vernietiging daarvan of door de soms tegenstrijdige mededelingen van de zijde van de vervolgende instanties daaromtrent.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423, en de alinea staat in dat document op bytes 120461 tot 121358.