Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005

Alinea 393 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AP4584.

115. Ook is geen sprake van een situatie vergelijkbaar met die beschreven in HR NJ 1994, 427, rov. 6.3 onder iii-2. Daarin gaat het om de situatie dat een ambtsedig proces-verbaal, inhoudend een in het opsporingsonderzoek afgelegde belastende verklaring van een persoon, het enige bewijsmiddel is waaruit verdachtes betrokkenheid bij het telastegelegde feit rechtstreeks kan volgen, terwijl die persoon nadien door een rechter is gehoord en ten overstaan van deze die verklaring heeft ingetrokken of een op essentiële punten ontlastende nadere verklaring heeft afgelegd, dan wel heeft geweigerd te verklaren omtrent de feiten en omstandigheden waarover hij eerder verklaard heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423, en de alinea staat in dat document op bytes 154128 tot 154822.