Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005

Alinea 79 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AP4584.

In een strafproces moet er blindelings op vertrouwd kunnen worden dat processen-verbaal naar waarheid worden opgemaakt; dat is de kurk waar onze strafrechtspleging, met zijn nadruk op de stukken uit het vooronderzoek, op drijft. Onbegrijpelijk is dan ook de overweging dat niet aannemelijk was geworden dat het horen van deze verbalisanten noodzakelijk was met het oog op enige door het Hof te nemen beslissing. Een rechter die van mening is dat het proces-verbaal, opgemaakt op de wijze als de heren Webbink en De Vries meenden te moeten doen, nooit te beschouwen zal zijn als vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv doet afbreuk aan het eminente belang dat aan de waarheidsgetrouwheid van ambtsedige processen-verbaal gehecht moet worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d58e2e9c7bd5b2ed8f347cf5a9f10a3b73d39b70a640ed6e3147ab8436ce8423, en de alinea staat in dat document op bytes 31296 tot 32051.