Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2005
Alinea 148 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR2425.
38. Dit punt is aan de orde geweest in HR 21 mei 1906, W. 8380, waarin is beslist dat geld, verkregen door het wisselen van gestolen bankbiljetten, is aan te merken als het door diefstal verkregen geld. Voor zover ik kan overzien is het punt nadien niet meer aan de Hoge Raad voorgelegd. De in het zo-even genoemde arrest genomen beslissing wordt in Noyon-Langemeijer-Remmelink, Het Wetboek van Strafrecht, art. 416, aant. 2, noot 3 (suppl. 109) onjuist genoemd. Naar het inzicht van de bewerker zijn dergelijke, door wisseling van gestolen bankbiljetten verkregen, gelden veeleer te beschouwen als de in het tweede lid van art. 416 Sr bedoelde opbrengst van een door misdrijf verkregen goed.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c43f40bdaeb7e84b644aea5b3c1c1bcc747efc19dbe1e9241e26e739da4773c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c43f40bdaeb7e84b644aea5b3c1c1bcc747efc19dbe1e9241e26e739da4773c6, en de alinea staat in dat document op bytes 38099 tot 38805.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c43f40bdaeb7e84b644aea5b3c1c1bcc747efc19dbe1e9241e26e739da4773c6 | shasum -a 256