Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2005

Alinea 150 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR2425.

40. Het treft als volslagen onlogisch dat de opbrengst van handel in verdovende middelen (geheel of voornamelijk in Britse en Schotse valuta) in Engeland in ontvangst genomen zou worden door een "Hawala"-bedrijver, en diens in Nederland verblijvende "Hawala"-correspondent een overeenkomend bedrag in dezelfde valuta ter beschikking zou stellen zodat deze Britse en Schotse bankbiljetten (mogelijk nog andere valuta) door verzoeker en de zijnen gewisseld zouden moeten worden voor de door [betrokkene 2] verlangde valuta. Dat lijkt temeer onlogisch omdat, zoals in het voorgaande uiteengezet, uit de bewijsmiddelen blijkt dat [betrokkene 2] ook Amerikaans geld nodig had en uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat [betrokkene 2] ook geld liet wisselen in verband met door hem en de zijnen verrichte aankopen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c43f40bdaeb7e84b644aea5b3c1c1bcc747efc19dbe1e9241e26e739da4773c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c43f40bdaeb7e84b644aea5b3c1c1bcc747efc19dbe1e9241e26e739da4773c6, en de alinea staat in dat document op bytes 39045 tot 39872.