Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2005

Alinea 222 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR2425.

57. In de toelichting op het middel wordt verwezen naar HR NJ 1994, 427. Daarin is geoordeeld dat het gebruik voor het bewijs van een niet ter terechtzitting afgelegde, voor de verdachte belastende, verklaring van een getuige niet onverenigbaar is met art. 6, eerste lid en derde lid aanhef en onder d, EVRM indien de verdediging in enig stadium van het geding de gelegenheid is geboden de getuige te ondervragen, terwijl de enkele omstandigheid dat een getuige, na te zijn verschenen, weigert een verklaring af te leggen niet meebrengt dat een inbreuk wordt gemaakt op het door art. 6, derde lid, aanhef en onder d, EVRM gewaarborgde recht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c43f40bdaeb7e84b644aea5b3c1c1bcc747efc19dbe1e9241e26e739da4773c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c43f40bdaeb7e84b644aea5b3c1c1bcc747efc19dbe1e9241e26e739da4773c6, en de alinea staat in dat document op bytes 52355 tot 53009.