Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2005

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR2425.

6. Bij bespreking van deze klacht stel ik het vanzelfsprekende voorop: in cassatie kan slechts worden onderzocht, in de beperkte mate waarin de Hoge Raad zich over een feitelijk oordeel kan uitlaten, of het geheel van de door het Hof genoemde feiten en omstandigheden, in onderling verband beschouwd, begrijpelijk maken dat het Hof uit de gebezigde bewijsmiddelen heeft afgeleid dat de daarin genoemde geldbedragen van drugshandel afkomstig waren, of in ieder geval door misdrijf waren verkregen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c43f40bdaeb7e84b644aea5b3c1c1bcc747efc19dbe1e9241e26e739da4773c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c43f40bdaeb7e84b644aea5b3c1c1bcc747efc19dbe1e9241e26e739da4773c6, en de alinea staat in dat document op bytes 10218 tot 10727.