Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2005

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR2425.

10. Ik geef de steller van het middel voorts toe dat de omstandigheid dat verzoeker zijn opdrachtgevers als criminelen beschouwde niet zonder meer uitwijst dat de geldbedragen die deze opdrachtgevers wensten te laten wisselen een misdadige herkomst hadden, maar dat maakt de hier bedoelde verklaring niet van onwaarde, omdat zij moet worden bezien in verband met de overige bewijsmiddelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c43f40bdaeb7e84b644aea5b3c1c1bcc747efc19dbe1e9241e26e739da4773c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c43f40bdaeb7e84b644aea5b3c1c1bcc747efc19dbe1e9241e26e739da4773c6, en de alinea staat in dat document op bytes 13084 tot 13487.