Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2005

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR4035.

13. Het in art. 5:81 lid 2 BW neergelegde voorschrift dat de beperkt gerechtigde in het geding moet worden geroepen, is bij Nota van Wijziging toegevoegd onder verwijzing naar de bepalingen van art. 3:218 (art. 3.8.17) en van art. 5:95 (art. 5.7.1.7). In deze bepalingen wordt gesproken van "tijdig" in het geding roepen. Tijdig is een oproeping volgens de geschiedenis van de totstandkoming van art. 3:218 BW indien zij "niet zo laat [gebeurt] dat de opgeroepene niet meer de volle gelegenheid zou hebben zijn standpunt uiteen te zetten of dat de gedaagde of verweerder in zijn verdediging zou worden geschaad." Zie de MvA II, Parl. Gesch. Boek 3, p. 672, waar voorts wordt aangetekend: "Hieruit volgt tevens dat de vraag van de Commissie of het woord "tijdig" in deze bepaling niet overbodig is, ontkennend moet worden beantwoord." Uit de omstandigheid dat de wetgever in art. 5:81 lid 2 BW heeft willen aansluiten bij de regeling van art. 3:218 BW en van art. 5:95 BW, kan worden afgeleid dat ook voor art. 5:81 lid 2 BW moet gelden dat de beperkt gerechtigde "tijdig" in het geding moet worden geroepen. Dat blijkt ook expliciet uit de MvA I Inv. (Parl. Gesch. Inv. Boek 5, p. 1052-1053) waar in verband met art. 5:81 lid 2 wordt gesproken over "de eis van tijdige oproeping". Niet-voldoening aan de eis van tijdige oproeping van de beperkt gerechtigde leidt tot niet-ontvankelijkheid of, in een meer algemene terminologie, tot niet toewijsbaarheid van de vordering. Wel staat het de rechter vrij om deze niet-ontvankelijkheid te voorkomen door, zo hij het ontbreken van een oproeping constateert, de zaak aan te houden teneinde de desbetreffende partij in de gelegenheid te stellen alsnog voor oproeping zorg te dragen, uiteraard ervan uitgaande dat dit in het kader van het desbetreffende geding dan nog als "tijdig" kan worden beschouwd. Aldus de MvA I Inv., Parl. Gesch. Inv. Boek 5, p. 1052-1053.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1edbb39f40e7ac3e39706ecb57dc0820466ed3fdb1dc8c90f79b1a70b05ced1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1edbb39f40e7ac3e39706ecb57dc0820466ed3fdb1dc8c90f79b1a70b05ced1, en de alinea staat in dat document op bytes 23587 tot 25505.