Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2005
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR4035.
Uit de aard van deze figuur vloeit voort dat de regeling van de artikelen 76 e.v. Rv. betreffende verstekverlening in dit geval niet van toepassing zijn. De betreffende derden worden opgeroepen in een tussen anderen bij dagvaarding aangespannen geding te verschijnen en zijn derhalve geen gedaagde in de zin van die bepalingen. Wel zal de rechter ambtshalve moeten nagaan of de oproeping aan de eisen voldoet, wil hij daaraan rechtsgevolgen toekennen, alsook of hetgeen eventueel van de derde verlangd wordt, op goede rechtsgronden berust, ook al is deze derde niet verschenen en is het dus, wat hem betreft, niet tot tegenspraak gekomen. Indien de derde op een oproep die aan de eisen voldoet, niet verschijnt, is hij niettemin partij en wordt het vonnis ook jegens hem geacht op tegenspraak te zijn gewezen, zodat daarvan voor hem geen verzet, maar wèl hoger beroep open staat, en dat wel jegens beide partijen. (...) De strekking van deze bepaling, en van de vergelijkbare boven vermelde andere bepalingen is immers dat de mede-opgeroepene in het proces zijn zelfstandigheid behoudt, juist omdat hij aan de uiteindelijke uitspraak gebonden is."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1edbb39f40e7ac3e39706ecb57dc0820466ed3fdb1dc8c90f79b1a70b05ced1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1edbb39f40e7ac3e39706ecb57dc0820466ed3fdb1dc8c90f79b1a70b05ced1, en de alinea staat in dat document op bytes 26745 tot 27906.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c1edbb39f40e7ac3e39706ecb57dc0820466ed3fdb1dc8c90f79b1a70b05ced1 | shasum -a 256