Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2005

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR4035.

16. Uit het voorgaande volgt dat het cassatiemiddel terecht opkomt tegen 's hofs oordeel dat de door art. 5:81 lid 2 BW voorgeschreven oproeping niet voor het eerst in appel kan geschieden. Het hof heeft miskend dat een oproeping ook nog tijdig kán zijn ingeval zij voor het eerst in appel geschiedt, waarbij geldt dat de vraag of een dergelijke oproeping inderdaad tijdig is pas na kennisneming van het standpunt van de opgeroepene kan worden beoordeeld. In dat verband teken ik aan dat [eiser] heeft aangevoerd dat eerst hangende de procedure in eerste aanleg een beperkt recht op het heersende erf is gevestigd en dat dit ervoor pleit de oproeping in appel als tijdig aan te merken nu niet van de eigenaar van het dienende erf kan worden gevergd dat hij in de loop van het geding in eerste aanleg steeds de openbare registers raadpleegt om te bezien of door de eigenaar van het heersende erf inmiddels een beperkt recht op dat erf is gevestigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1edbb39f40e7ac3e39706ecb57dc0820466ed3fdb1dc8c90f79b1a70b05ced1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1edbb39f40e7ac3e39706ecb57dc0820466ed3fdb1dc8c90f79b1a70b05ced1, en de alinea staat in dat document op bytes 32204 tot 33165.