Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2005

Alinea 137 Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR5213.

Nog datzelfde jaar kreeg het Bundesgerichtshof de gelegenheid zijn rechtspraak in dit licht te heroverwegen. Zie BGH 16 november 1993, BGHZ 124, 128 (= NJW 1994, 788). Het betrof een geval waarin een tweede gehandicapt kind was geboren, nadat de door de ouders geconsulteerde arts hun had medegedeeld het uiterst onwaarschijnlijk te achten dat een genetische dispositie, waarvan de ouders een vermoeden hadden, ook bij een tweede kind tot gebreken zou leiden. Het Bundesgerichtshof bevestigde zijn eerdere jurisprudentie (t.a.p., p. 138) en gaf te kennen de opvatting te delen dat art. 1 Grundgesetz eraan in de weg staat het bestaan van een kind als schade te beschouwen (t.a.p., p. 140):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/261b6ab7c1f55117c42326c2bcbeb460057189bb8ebc2ede17eb672ce6f88b28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 261b6ab7c1f55117c42326c2bcbeb460057189bb8ebc2ede17eb672ce6f88b28, en de alinea staat in dat document op bytes 56309 tot 57011.