Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2005

Alinea 185 Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR5213.

Een dergelijke verplichting zou evenwel in strijd komen met de menselijke waardigheid ("the sanctity of human life") omdat zij zou impliceren dat het leven van een gehandicapt kind minder waard is dan dat van een niet-gehandicapt kind, ja dat het zelfs zo weinig waard zou zijn dat het niet de moeite zou zijn het te sparen. Bovendien zou de aanvaarding van die verplichting de deur open zetten voor claims van een gehandicapt kind tegen zijn moeder voor het feit dat zij geen abortus heeft ondergaan. Zie t.a.p., p. 781 (Stephenson LJ) en p. 787 (Ackner LJ). Daarnaast woog vooral ook de aard van de schade en de onmogelijkheid de omvang daarvan vast te stellen zwaar mee bij het afwijzen van de vordering. Ackner LJ zei het zo (t.a.p., p. 787):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/261b6ab7c1f55117c42326c2bcbeb460057189bb8ebc2ede17eb672ce6f88b28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 261b6ab7c1f55117c42326c2bcbeb460057189bb8ebc2ede17eb672ce6f88b28, en de alinea staat in dat document op bytes 81212 tot 81971.