Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2005

Alinea 233 Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR5213.

Evenmin bestaat naar mijn mening grond om aan te nemen dat art. 6:98 BW aan toerekening van de schade in de weg zou staan. De hiervoor vermelde 'tussenliggende feiten', d.w.z. het genetisch onderzoek en de beslissing van de ouders, leiden er niet toe dat de schade in een zodanig verwijderd verband staat met de fout dat art. 6:98 de toerekening van de schade aan de aansprakelijke persoon verhindert. Daarbij is van belang dat de fout bestaat in de schending van een (contractuele dan wel buitencontractuele) zorgvuldigheidsnorm die erop is gericht de ouders in staat te stellen op basis van de juiste informatie omtrent (de kans op) eventuele handicaps de beslissing te nemen om het kind al dan niet ter wereld te laten komen; met andere woorden, een norm die er juist op is gericht hen in staat te stellen de in casu opgetreden schade te voorkomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/261b6ab7c1f55117c42326c2bcbeb460057189bb8ebc2ede17eb672ce6f88b28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 261b6ab7c1f55117c42326c2bcbeb460057189bb8ebc2ede17eb672ce6f88b28, en de alinea staat in dat document op bytes 105872 tot 106737.