Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2005

Alinea 243 Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR5213.

Deze klacht is mijns inziens gegrond. Grief IV van LUMC c.s. luidde dat de rechtbank ten onrechte impliciet heeft overwogen dat de vader deelneemt aan de beslissing tot abortus, althans dat de verloskundige inbreuk maakt op een keuzerecht van de vader op abortus. In de toelichting op deze grief wordt onder meer gesteld: "Hieruit vloeit voort dat de vader geen actierecht toekomt, noch ex contractu, noch ex lege." Voorzover het hof de grief heeft opgevat als uitsluitend betrekking hebbend op de vordering tot vergoeding van de immateriële schade van de vader en niet op diens vordering tot vergoeding van materiële schade, is deze uitleg naar mijn mening onbegrijpelijk. Het hof had derhalve de grief moeten behandelen en kon niet volstaan met het oordeel dat de vader daarbij geen belang had.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/261b6ab7c1f55117c42326c2bcbeb460057189bb8ebc2ede17eb672ce6f88b28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 261b6ab7c1f55117c42326c2bcbeb460057189bb8ebc2ede17eb672ce6f88b28, en de alinea staat in dat document op bytes 111972 tot 112783.