Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2005

Alinea 244 Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR5213.

De klacht behoeft evenwel niet tot cassatie leiden nu de Hoge Raad het punt in kwestie, te weten of in casu ook jegens de vader onrechtmatig is gehandeld, m.i. zelf kan beoordelen. Naar mijn mening laten de vaststaande feiten en de stukken van het geding geen andere conclusie toe dan dat de rechtbank terecht heeft aangenomen dat de door de verloskundige gemaakte beroepsfout tevens onrechtmatig is jegens de vader. De rechtbank heeft daarbij in r.o. 5.3 van het vonnis van 2 februari 2000 aangenomen dat de onrechtmatigheid jegens de vader is gelegen in het feit dat hij door toedoen van de verloskundige is gefrustreerd in zijn recht om zijn gezinsleven naar eigen inzicht en in overleg met de moeder te kunnen inrichten, ervan uitgaande dat bij een gebleken chromosomale afwijking van de vrucht zij - gezamenlijk - voor een abortus gekozen zouden hebben, op welk (keuze)recht door de beroepsfout van de verloskundige een inbreuk is gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/261b6ab7c1f55117c42326c2bcbeb460057189bb8ebc2ede17eb672ce6f88b28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 261b6ab7c1f55117c42326c2bcbeb460057189bb8ebc2ede17eb672ce6f88b28, en de alinea staat in dat document op bytes 112791 tot 113749.