Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2005

Alinea 314 Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR5213.

Het hof heeft geoordeeld dat in de memorie van grieven zijdens LUMC c.s. sprake is van een omissie als gevolg van een kennelijke vergissing. Het hof heeft hierbij overwogen dat ook de rolraadsheer op 17 augustus 2000 ervan is uitgegaan dat mede namens de verloskundige van grieven was gediend, omdat hij de zaak toen heeft verwezen naar de rol van 28 september 2000 voor memorie van antwoord zijdens [de ouders]; anders zou hij immers de zaak wel naar de rol hebben verwezen voor (nadere) grieven zijdens de verloskundige, aldus het hof. Het hof heeft hieruit de conclusie getrokken dat het per abuis niet vermelden van de verloskundige in de memorie van grieven voor [de ouders] in redelijkheid geen onzekerheid kan hebben doen ontstaan ter zake van de vraag of het inderdaad ook de verloskundige was namens wie in de memorie van grieven grieven werden aangevoerd. Het hof heeft hierbij verwezen naar HR 9 juli 1990, NJ 1990, 748.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/261b6ab7c1f55117c42326c2bcbeb460057189bb8ebc2ede17eb672ce6f88b28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 261b6ab7c1f55117c42326c2bcbeb460057189bb8ebc2ede17eb672ce6f88b28, en de alinea staat in dat document op bytes 158094 tot 159038.