Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2005
Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR6569.
Of in een concreet geval moet worden aangenomen dat sprake is van bewuste schuld dan wel van voorwaardelijk opzet zal afhangen van de feitelijke omstandigheden van het geval. Daarbij zijn de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht, van belang. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het - behoudens contra-indicaties - niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard.(1) Anderzijds kunnen gedragingen van verdachte ook naar uiterlijke verschijningsvorm doen blijken dat verdachte het ongewenste gevolg juist heeft proberen te vermijden en daarom niet op de koop heeft toegenomen. Daarvan lijkt mij hier sprake zijn. Verdachte heeft geprobeerd het rotje naar buiten te gooien. Zodra verdachte zag dat het vuurwerk dreigde in de tram tot ontploffing te komen heeft hij pogingen gedaan dat vuurwerk uit de tram te verwijderen, welke pogingen helaas niet zijn geslaagd. (2)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/015e9213ffd0a024b3ade5068842f52c901714605d5183280be2340c6cb86bab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 015e9213ffd0a024b3ade5068842f52c901714605d5183280be2340c6cb86bab, en de alinea staat in dat document op bytes 15254 tot 16318.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/015e9213ffd0a024b3ade5068842f52c901714605d5183280be2340c6cb86bab | shasum -a 256