Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR6621.

Het hof overweegt dat onder punt 10 op de toelichting bij de inleidende dagvaarding, welke toelichting verdachte blijkens zijn verklaring ter terechtzitting in hoger beroep heeft ontvangen, expliciet is medegedeeld dat indien er een omstandigheid is geweest waardoor verdachte tevoren kon weten wat de dag van de terechtzitting was, de uitspraak na verloop van veertien dagen onherroepelijk is en dat na die termijn van veertien dagen geen rechtsmiddel meer kan worden ingesteld. Op grond hiervan kon verdachte aan de mededeling van de medewerker van de griffie van de rechtbank Breda -die kennelijk niet op de hoogte was van het feit dat verdachte datum en tijdstip van de zitting vooraf kende- niet het gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat hij na ontvangst van de mededeling uitspraak alsnog binnen een termijn van veertien dagen de gelegenheid zou hebben om hoger beroep in te stellen. Het hof verwerpt derhalve het verweer van de verdachte."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b5df56a243984ede9262fcb2d9b4933dea090bfb1982c3a3b0ad67ee49cd3b35. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b5df56a243984ede9262fcb2d9b4933dea090bfb1982c3a3b0ad67ee49cd3b35, en de alinea staat in dat document op bytes 10313 tot 11274.