Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2005
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR6821.
3.3. (...) De vraag of een belastingplichtige met door hem verrichte werkzaamheden of diensten een voordeel beoogt, en redelijkerwijs kan verwachten dat deze hem - zij het in de toekomst - positieve zuivere opbrengsten kunnen opleveren, is wel van belang als het gaat om de afgrenzing van activiteiten in de sfeer van de verwerving van inkomsten tegenover activiteiten die, als voorzienbaar blijvend verliesgevend, in de sfeer van besteding van inkomen moeten worden geplaatst. Ook is die vraag van belang bij de afbakening van belaste transacties in de vermogenssfeer tegenover louter speculatieve transacties. De vraag of een voordeel is beoogd kan daarnaast ook een rol spelen in die gevallen waarin weliswaar diensten of werkzaamheden in het economische verkeer zijn verricht doordat de belastingplichtige buiten de gezinssfeer is getreden, maar de behaalde voordelen niettemin buiten het inkomen dienen te blijven omdat zij in de persoonlijke sfeer liggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56f4572fcc2a6f042242ef32236d89772dad78ea5ae53399f234884262be6279. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56f4572fcc2a6f042242ef32236d89772dad78ea5ae53399f234884262be6279, en de alinea staat in dat document op bytes 12126 tot 13100.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/56f4572fcc2a6f042242ef32236d89772dad78ea5ae53399f234884262be6279 | shasum -a 256